StroomWekker schrijver
- Gepubliceerd
- 6 augustus 2026
- Bijgewerkt
- 6 augustus 2026
- Leestijd
- 12 min
Laatst zat ik mijn maandoverzicht van juli te bekijken in de app van Coolblue Energie, waar ik dynamische stroom afneem en mijn gas voor drie jaar heb vastgezet. Wat ik zag klopte in mijn hoofd niet: ik betaalde fors meer voor mijn afgenomen stroom dan ik terugkreeg voor mijn teruglevering, terwijl ik in juli bijna evenveel heb teruggeleverd als verbruikt. Huh, dacht ik. De salderingsregeling is toch nog gewoon actief? Die twee mag ik toch tegen elkaar wegstrepen?
En toen viel het kwartje. Ik haal stroom van het net op de momenten dat die duur is, en ik lever terug op de momenten dat de prijs juist heel laag staat. Achteraf volstrekt logisch, maar ik was me er niet van bewust dat het zo hard doortikt. Hieronder mijn eigen cijfers, want hier heb je bij een vast contract geen last van en bij dynamisch wel.
Salderen is een verrekening in kWh, niet in euro's
Dit is het stuk dat bijna nooit goed wordt uitgelegd. Salderen betekent dat je teruggeleverde kilowatturen worden weggestreept tegen je afgenomen kilowatturen, tot maximaal het aantal dat je zelf van het net hebt gehaald. Het is dus een verrekening in eenheden, niet in bedragen.
Dat maakt niets uit zolang elke kWh dezelfde prijs heeft. En daar wringt het. Een all-in kWh-prijs bestaat uit twee lagen die zich totaal verschillend gedragen:
- Het belastingdeel. Energiebelasting is in 2026 een vast bedrag per kWh, in mijn geval € 0,110848 inclusief btw, om drie uur 's nachts precies even hoog als tijdens de avondpiek. Streep een teruggeleverde kWh weg tegen een afgenomen kWh en dit deel valt exact tegen elkaar weg. Honderd procent, ongeacht je contractvorm.
- Het kale deel. Bij een dynamisch contract is dat de EPEX day-ahead prijs van dat specifieke kwartier plus btw. Die verschilt per moment, soms met een factor drie of meer op één dag.
Bij een vast contract is dat kale deel ook een vast getal, en dan valt de hele optelsom netjes tegen elkaar weg. Bij dynamisch niet, want je levert terug op andere momenten dan je verbruikt. Zo zag dat er bij mij uit:

De groene staaf is bijna 80 procent zo hoog als mijn verbruik in kilowatturen, maar in euro's blijft hij ver achter bij de blauwe.
Bron: screenshot uit mijn eigen Coolblue Energie-account, juli 2026.
Dit stond er in mijn juli-overzicht
Uitgeschreven, met het nettobedrag eronder:
| Post | Hoeveelheid | Bedrag |
|---|---|---|
| Stroom afgenomen | 383 kWh | € 98,87 |
| Teruglevering | 301 kWh | -€ 57,86 |
| Stroom netto over juli | € 41,01 |
Ik heb dus bijna 79 procent van mijn afname weer teruggeleverd, maar de vergoeding daarvoor dekt nog geen 59 procent van mijn stroomkosten. Die scheve verhouding is precies waar ik over struikelde.
Omgerekend naar een prijs per kWh wordt het scherper. Voor die 301 teruggeleverde kWh kreeg ik € 57,86, oftewel € 0,1922 per kWh. Haal ik uit die € 98,87 de vaste posten van mijn contract (vaste leveringskosten € 7,49, netbeheer € 40,49 over 31 dagen, min € 53,42 heffingskorting), dan blijft er € 104,31 aan verbruikskosten over voor 383 kWh: € 0,2723 per kWh.
Het verschil is € 0,0801 per kWh. Over 301 teruggeleverde kilowatturen is dat € 24,11 die ik in één zomermaand misloop.
Waarom er 27 cent uit gaat en 19 cent terug komt
Trek van beide prijzen de vaste opslagen af en de oorzaak ligt bloot. Van die 27 cent afname is € 0,110848 energiebelasting en € 0,019999 inkoopvergoeding, dus het kale marktdeel is ongeveer € 0,1415 per kWh. Van die 19 cent teruglevering gaan diezelfde twee posten af, en dan houd je nog zo'n € 0,0614 aan kale marktprijs over.
Het belastingdeel saldeert dus perfect: 301 kWh × € 0,110848 is ruim € 33 aan energiebelasting die volledig wegvalt. Daar gaat geen cent van verloren. Het hele verschil zit in het kale deel, en dat komt door timing.
Mijn panelen produceren het meest tussen elf uur 's ochtends en vier uur 's middags. Precies op die uren staat half Nederland ook terug te leveren, is de vraag laag, en zakt de beursprijs weg. Op zonnige zomerdagen gaat de prijs geregeld zelfs onder nul. Mijn eigen verbruik zit juist in de ochtendspits en tussen zes en negen 's avonds, structureel de duurste uren van de dag.
Ik verkoop dus goedkoop en koop duur. Niet omdat ik iets fout doe, maar omdat de zon nou eenmaal schijnt wanneer stroom weinig waard is.
Dan is vast toch beter? Niet per se
Logische conclusie, en toch is die te snel. Bij een vast contract saldeer je die kale prijs inderdaad 1-op-1: lever je 301 kWh terug, dan is dat gewoon 301 kWh × jouw eigen tarief waard. Bij mijn vorige vaste contract, € 0,21880 per kWh in het normaaltarief, was dat ruim € 65 geweest in plaats van € 57,86.
Alleen rekenen leveranciers dat sinds een paar jaar aan de voorkant terug. Vrijwel elk vast contract heeft in 2026 terugleverkosten: een maandbedrag in staffels, of een tarief per teruggeleverde kWh. Stel dat je leverancier € 0,12 per teruggeleverde kWh rekent, wat voor 2026 geen uitzonderlijk bedrag is. Dan kost diezelfde 301 kWh je € 36,12.
Kijk je naar wat één teruggeleverde kWh je netto oplevert, dan kantelt het beeld:
- Vast: € 0,21880 waarde min € 0,12 terugleverkosten is ongeveer € 0,10 netto.
- Dynamisch: in mijn juli € 0,1922 netto, en veel dynamische leveranciers rekenen helemaal geen terugleverkosten.
Dat gat van acht cent ziet er in mijn app pijnlijk uit, maar bij een vast contract betaal ik een vergelijkbaar bedrag. Alleen staat het daar op een aparte regel met "terugleverkosten" erboven, in plaats van verstopt in het uurtarief.
Dynamisch versus vast op de punten die tellen
| Dynamisch | Vast | |
|---|---|---|
| Energiebelasting salderen | 100%, valt volledig weg | 100%, valt volledig weg |
| Kale prijs salderen | per kwartier, dus in de praktijk deels | 1-op-1 tegen je eigen tarief |
| Terugleverkosten | vaak geen, controleer je voorwaarden | vrijwel altijd, staffel of per kWh |
| Uurprijzen | verschillen per kwartier, soms negatief | één tarief, soms dal en normaal |
| Stuurbaarheid | groot: schuiven met verbruik loont direct | klein: alleen dal versus normaal |
| Vanaf 1 januari 2027 | saldering vervalt, sturen op uren telt zwaarder | saldering vervalt, je opwek levert de terugleververgoeding op |
De belangrijkste regel is de op één na laatste. Bij een vast contract is je rekening zo goed als af zodra je hem afsluit. Bij dynamisch bepaal je zelf nog een flink deel van de uitkomst.
Waarom een thuisbatterij nu al loont, niet pas in 2027
Voor mij was dit de echte eyeopener. Het gangbare advies luidt dat je met een thuisbatterij kunt wachten tot de salderingsregeling eind 2026 stopt, omdat je opwek tot die tijd toch wel volledig verrekend wordt. Bij een vast contract klopt dat ook. Bij een dynamisch contract niet, want dat gat van acht cent per kWh is er nu al.
Elke kWh die ik opsla in plaats van terugleveren, ontvang ik niet voor € 0,1922, maar bespaart me later op de avond € 0,2724. Reken je zo'n tien procent laadverlies mee, dan houd je ongeveer zeven cent per kWh over. Mijn overschot was in juli bijna 10 kWh per dag, dus een batterij die dat kan opvangen had in die ene maand al ruim € 20 opgeleverd, puur door het dichten van dit gat. Daar komt de gewone arbitrage nog bovenop: 's nachts goedkoop laden en in de avondpiek ontladen.
Trek dat alsjeblieft niet zomaar keer twaalf: juli is de beste maand van het jaar voor dit effect, en in november is er nauwelijks overschot om op te slaan. Maar het maakt wel uit voor je afweging. De terugverdientijd van een batterij begint bij een dynamisch contract niet pas op 1 januari 2027 te lopen, maar vandaag.
Voor wie dynamisch in 2026 wél slim is
Dynamisch is geen automatische besparing. Het is een contract waarin je gedrag wordt beloond, en dat is iets anders. Met een elektrische auto, een warmtepomp of een thuisbatterij heb je genoeg planbaar verbruik om die dagelijkse prijsverschillen echt te pakken. Zit je verbruik grotendeels vast, dan koop je vooral onrust in zonder dat er veel tegenover staat.
Zit je nog middenin een vast contract uit 2023 of 2024, tegen een tarief dat vandaag niet meer bestaat, dan is de eerlijke vergelijking niet dynamisch versus de markt maar dynamisch versus jouw eigen, verouderde tarief. Dat getal staat gewoon op je jaarnota.
Wat je zonder investering al kunt doen
Het gat tussen je afnameprijs en je terugleverprijs verklein je niet door te onderhandelen, maar door minder terug te leveren en meer zelf te gebruiken. Twee dingen die niets kosten:
- Zet de wasmachine en de vaatwasser rond het middaguur aan. Elke kWh die je op je eigen opwek draait, is 27 cent die je niet uitgeeft in plaats van 19 cent die je binnenkrijgt. Acht cent per kWh, gratis meegenomen.
- Laad je auto op vertrektijd in plaats van direct. Staat hij overdag aan de paal, dan laadt hij op je overschot. Moet hij 's nachts vol, dan pakt hij de goedkope nachturen. Vrijwel elke laadpaal kan dit, en hoe je die vertrektijd instelt is een kwestie van vijf minuten.
Ze maken de rekensom voor een batterij daarna ook eerlijker: wat je zelf al verbruikt, hoef je immers niet op te slaan.
Wat kun je nu doen?
Pak je eigen maandoverzicht erbij en deel je terugleververgoeding door het aantal teruggeleverde kilowatturen. Leg dat naast wat stroom vandaag per uur kost en je ziet meteen waar jouw gat zit. Loop daarna de strategie voor panelen plus dynamisch door, en check wat er per 2027 verandert aan de terugleververgoeding voordat je een nieuw contract tekent.
Hoeveel kreeg jij afgelopen maand per teruggeleverde kWh, en wat betaalde je per afgenomen kWh? Ik ben benieuwd of anderen op een vergelijkbaar verschil uitkomen of juist niet. Deel het in de Stroomwekker Telegram groep, en zet de gratis Telegram bot aan als je een seintje wilt op de momenten dat netstroom bijna niets kost.
Let op: Terugleverkosten, terugleververgoedingen en tariefopbouw verschillen sterk per leverancier en veranderen regelmatig. De bedragen hierboven komen uit mijn eigen maandoverzicht van juli 2026 en gelden voor één contract en één maand. Controleer altijd je eigen contractvoorwaarden voordat je overstapt.
