StroomWekker schrijver
- Gepubliceerd
- 4 augustus 2026
- Bijgewerkt
- 4 augustus 2026
- Leestijd
- 8 min
Vraag jij je weleens af waarom niet iedereen is overgestapt op een dynamisch contract, terwijl je overal berichten leest over extreem lage of zelfs negatieve stroomprijzen? Je bent niet de enige. Reken je huidige verbruik door met de marktcijfers van het afgelopen jaar, dan blijkt het gemiddelde voordeel van dynamisch op dit moment kleiner dan je zou verwachten, tenzij je actief stuurt op de goedkope uren.
Dat wil niet zeggen dat dynamisch geen zin heeft. Het betekent vooral dat de vraag "hoeveel bespaar ik" een ander antwoord heeft dan twee jaar geleden, en dat het antwoord sterk afhangt van wat je zelf met je verbruik doet. Ik loop de cijfers met je door.
Wat het afgelopen jaar echt gebeurde op de markt
TenneT publiceerde eind april de jaarcijfers van 2025, en die geven een goed beeld van waar dynamische prijzen vandaan komen. De gemiddelde day-ahead prijs op de Nederlandse markt steeg in 2025 met 12 procent naar 87 euro per megawattuur, omgerekend zo'n €0,087 per kWh vóór belasting en opslagen. Dat is niet toevallig: de CO2-prijs steeg met 13 procent en de gasprijs met 5 procent, en gas- en kolencentrales draaiden meer uren dan het jaar ervoor.
Tegelijkertijd nam de spreiding toe. Het aantal uren met een negatieve prijs liep op van 458 naar 584, en het aantal uren boven de 200 euro per megawattuur steeg van 98 naar 127. Precies díe twee cijfers samen vertellen het echte verhaal: de gemiddelde prijs ging omhoog, maar het verschil tussen de goedkoopste en de duurste uren werd groter. Dat is winst voor wie kan schuiven, en tegenvaller voor wie dat niet doet.
Vast is sinds 2025 niet meer de underdog
Gaslicht.com onderzocht op basis van slimme-meterdata van januari 2023 tot medio 2025 welke contractvorm huishoudens daadwerkelijk het minst kostte, telkens teruggerekend over de voorgaande twaalf maanden. De uitkomst verschoof gaandeweg. In 2023 was dynamisch nog regelmatig voordeliger, vooral doordat de marktprijzen na de energiecrisis relatief laag lagen. Vanaf 2024 werd dat beeld anders, en sinds 2025 is een vast contract voor de meeste huishoudens goedkoper gebleken, mede door scherpere vaste tarieven en flinke welkomstkortingen van leveranciers.
Belangrijk detail uit datzelfde onderzoek: dat gemiddelde geldt niet voor iedereen. Huishoudens die hun verbruik daadwerkelijk verschuiven naar goedkope momenten, denk aan een elektrische auto, een warmtepomp of een thuisbatterij die op de markt stuurt, kwamen er in dezelfde periode vaak wél beter uit met dynamisch. Wie vooral 's avonds kookt en de was draait, op precies de uren waarop de vraag en dus de prijs piekt, profiteert van die flexibiliteit niet en betaalt in de praktijk eerder de hogere kant van de markt.
Wat betekent dat concreet voor jouw rekening?
Om er een echt bedrag op te plakken, heb ik het doorgerekend voor een huishouden met een genormaliseerd jaarverbruik van 4.694 kWh, hetzelfde huishouden dat ik vaker als rekenvoorbeeld gebruik. Ik neem de TenneT-jaargemiddelde marktprijs van 2025 als uitgangspunt voor het variabele deel, en tel daar de vaste posten van een dynamisch stroomcontract bij op: energiebelasting, inkoopvergoeding, vaste leveringskosten, netbeheerkosten en de heffingskorting.
Zo ziet de optelsom eruit voor dit huishouden, op jaarbasis:
| Kostenpost | Bedrag per jaar |
|---|---|
| Marktprijs (TenneT-jaargemiddelde 2025, incl. btw) | € 494 |
| Energiebelasting | € 520 |
| Inkoopvergoeding | € 94 |
| Vaste leveringskosten | € 90 |
| Heffingskorting | -€ 629 |
| Netbeheerkosten | € 477 |
| Totaal stroomkosten dynamisch | € 1.046 |
Dat komt neer op gemiddeld zo'n €0,2228 per kWh. Vergelijk dat met een bestaand vast contract uit 2023 met €0,21880 per kWh in het normaaltarief en €0,17549 in het daltarief, en het verschil is klein tot verwaarloosbaar als je niet actief stuurt. Op sommige uren betaal je met dynamisch fors minder dan dat vaste tarief, op andere juist meer, en gemiddeld genomen vallen die twee elkaar grotendeels weg.
Wanneer dynamisch wél duidelijk wint
De cijfers hierboven gaan uit van een huishouden dat zijn stroom min of meer gelijkmatig over de dag verbruikt. Zodra je dat patroon doorbreekt, verschuift de rekensom. Met 584 uren negatieve prijzen in 2025 alleen al lag er vorig jaar geregeld stroom voor niets of zelfs met een vergoeding voor je klaar, en wie op die momenten de wasmachine, vaatwasser of laadpaal aanzet, pakt een deel van dat voordeel gewoon mee. Hoe extreem die uitschieters kunnen zijn, zie je goed terug in wat er gebeurt zodra de prijs onder nul zakt.
Hetzelfde geldt voor apparaten die je toch al moet gebruiken, maar niet per se op een vast tijdstip. Een paar uur schuiven met de vaatwasser of de was kost weinig moeite en is met een beetje planning goed te automatiseren. Heb je daarnaast een thuisbatterij die kan laden op de goedkoopste uren en ontladen op de duurste, dan wordt het verschil nog groter: bij dezelfde 4.694 kWh liep de terugverdientijd van zo'n batterij in mijn eerdere rekenvoorbeeld terug van ruim 33 jaar onder een vast contract naar ongeveer 12 jaar onder dynamisch.
En als je al een tijdje vastzit?
Hier zit een addertje onder het gras dat vaak over het hoofd wordt gezien. De vergelijking hierboven gaat over nieuwe aanbiedingen, maar wie al een paar jaar op hetzelfde vaste contract zit, vergelijkt eigenlijk met de verkeerde prijs. Nieuwe vaste contracten kostten begin 2026 doorgaans rond de 24 cent per kWh, een stuk meer dan het normaaltarief van €0,21880 uit het rekenvoorbeeld hierboven, dat in 2023 is afgesloten toen de markt er anders bij lag.
Zit je middenin een lopend contract, dan is de vraag dus niet "wat is dynamisch versus een gemiddeld vast contract", maar "wat is dynamisch versus mijn eigen, al afgesloten tarief". Dat tweede getal staat gewoon op je jaarnota, en is het enige eerlijke ijkpunt voor jouw situatie.
Wat deze vergelijking niet meeneemt
Deze rekensom gaat over stroom alleen, niet over gas, en gebruikt een jaargemiddelde markprijs in plaats van de werkelijke kwartierprijzen die je bij een dynamisch contract daadwerkelijk betaalt. Ieder jaar wijkt daarnaast af van het vorige: 2025 had een hogere gemiddelde marktprijs dan 2024, en niemand kan met zekerheid zeggen hoe 2027 eruitziet, al zorgt het einde van de salderingsregeling in dat jaar er vermoedelijk voor dat de spreiding tussen goedkope en dure uren verder toeneemt.
Wat kun je nu doen?
Wil je weten waar jij zelf staat, kijk dan niet naar een landelijk gemiddelde maar naar je eigen contract en verbruikspatroon. Zet de actuele uurprijzen van vandaag eens naast je huidige tarief, en loop de drie vragen langs die bepalen of vast, variabel of dynamisch bij je past.
Ben jij overgestapt op dynamisch en heb je zelf bijgehouden of het je ook echt iets opleverde? Ik hoor graag hoe die rekensom er bij jou uitziet in de Stroomwekker Telegram-groep, en met de gratis Telegram-bot zie je vanaf morgen zelf hoe groot de spreiding op een willekeurige dag daadwerkelijk is.
Let op: De cijfers in dit artikel zijn gebaseerd op TenneT-marktdata over 2025 en een eigen berekening voor een specifiek voorbeeldhuishouden. Jouw werkelijke besparing hangt af van je eigen verbruik, contract en de mate waarin je daadwerkelijk stuurt op goedkope uren.
