StroomWekker schrijver
- Gepubliceerd
- 31 juli 2026
- Bijgewerkt
- 31 juli 2026
- Leestijd
- 7 min
Toen ik research deed voor dit artikel, kwam ik online steeds dezelfde aanname tegen: dat de vergoeding voor teruglevering elk jaar een stukje verder terugloopt tot 2030, alsof de salderingsregeling net zo geleidelijk wordt afgebouwd als een paar jaar geleden nog gepland stond. Die aanname is hardnekkig, en heel begrijpelijk, want er heeft ooit inderdaad zo'n wetsvoorstel gelegen. Alleen is dat voorstel gesneuveld, en wat ervoor in de plaats kwam werkt fundamenteel anders.
Hieronder leg ik uit wat er in de wet daadwerkelijk staat, en wat dat concreet per jaar voor je portemonnee betekent. Voor de volledige uitleg van de knip zelf verwijs ik naar mijn artikel over de salderingsregeling zelf, dit artikel bouwt daarop voort met de jaar-op-jaar cijfers.
Het misverstand: geen geleidelijke afbouw, maar een knip in één keer
Het oudere wetsvoorstel 35.594, waar deze aanname vandaan komt, stelde inderdaad een geleidelijk dalend percentage voor. Dat voorstel is op 13 februari 2024 door de Eerste Kamer afgewezen. Het is dus niet meer van toepassing, en je hoeft er in je planning geen rekening meer mee te houden.
Wat er wél geldt, is de Wet beëindiging salderingsregeling (36.611). Die wet stopt salderen per 1 januari 2027 in één keer, zonder tussenstappen. Tot en met 31 december 2026 verandert er dus helemaal niets aan je huidige situatie.
Wat er per 1 januari 2027 wél geregeld is
In plaats van een dalend percentage koos de wetgever voor een vaste ondergrens: een amendement van Pieter Grinwis (ChristenUnie) en Ilana Rooderkerk (D66) legt vast dat leveranciers voor teruggeleverde stroom minimaal 50 procent van het kale leveringstarief moeten uitbetalen. Kaal betekent hier: het leveringstarief zelf, zonder de energiebelasting en vaste kosten die je normaal ook betaalt.
Dat percentage geldt niet alleen in 2027. Het blijft ongewijzigd van kracht tot en met 2030. Met andere woorden: er is geen jaarlijkse trapsgewijze verlaging zoals bij het oude, verworpen plan. Wat wel per jaar kan variëren, is niet het percentage zelf, maar de kale energieprijs waarover die 50 procent wordt berekend, en die beweegt gewoon mee met de markt.
Rekenvoorbeeld: wat 50 procent concreet oplevert
Even de cijfers erbij. Een huishouden met een jaarlijkse teruglevering van 2.402 kWh (het genormaliseerde jaarverbruik dat ik ook in andere rekenvoorbeelden gebruik) krijgt bij een staffel van 7 cent voor de eerste 2.000 kWh en 3,5 cent voor de rest de terugleververgoeding hieronder. Ik loop deze rekensom in detail door bij de jaarrekening in Salderingsregeling uitgelegd.
| Deel van de teruglevering | kWh | Vergoeding per kWh | Bedrag |
|---|---|---|---|
| Eerste 2.000 kWh | 2.000 | € 0,07 | € 140,00 |
| Resterende 402 kWh | 402 | € 0,035 | € 14,07 |
| Totaal (2027) | 2.402 | € 154,07 |
Stel je nu voor dat dezelfde 50 procent-regel in andere jaren wordt toegepast op een andere kale energieprijs. Niet omdat het percentage verandert, maar omdat de markt dat doet. Onderstaande tabel visualiseert dat met twee scenario's voor 2028 en 2029, uitdrukkelijk als illustratie, niet als voorspelling.
| Jaar | Scenario kale energieprijs | Minimale vergoeding | Bedrag bij 2.402 kWh |
|---|---|---|---|
| 2027 | basisjaar (huidige tarieven) | 50% | € 154,07 |
| 2028 | 20% hoger dan 2027, bijvoorbeeld door een strengere winter of hogere gasprijzen | 50% | € 184,88 |
| 2029 | 10% lager dan 2027 | 50% | € 138,66 |
Dit zijn nadrukkelijk scenario's om het mechanisme te illustreren, geen voorspelling van de daadwerkelijke energieprijs in die jaren: die kan niemand nu al met zekerheid geven.
Waarom leveranciers soms toch minder lijken te bieden
Een leverancier mag altijd méér dan 50 procent bieden, en sommige doen dat ook om klanten te binden. Bied een leverancier structureel minder dan de helft van het kale tarief, dan zit je onder het wettelijk minimum en mag je daar gerust naar vragen. Let wel op waar de vergelijking precies over gaat: een leverancier die "onze vergoeding" afzet tegen het volledige, inclusief-tarief in plaats van het kale tarief, laat het verschil vaak groter lijken dan het daadwerkelijk is.
En na 2030? De onzekere jaren richting 2031
Voor de jaren na 2030 ligt er, op het moment van schrijven, geen wettelijk vastgelegd minimum. De 50 procent-garantie loopt tot en met 2030, en wat daarna gebeurt is nog niet door de wetgever bepaald. Dat betekent niet automatisch dat de vergoeding daarna verdwijnt of verder daalt, het betekent vooral dat er simpelweg nog geen besluit ligt.
Wil je hierop plannen, ga dan uit van het slechtste scenario dat je nu kent: de 50 procent-garantie zoals die tot en met 2030 geldt, en niet meer dan dat. Ik houd deze pagina en de uitleg van de knip bij zodra er nieuwe regelgeving over 2031 en verder bekend wordt.
Wat dit betekent voor je thuisbatterij-afweging
Een vlak percentage in plaats van een dalende reeks verandert ook de rekensom voor een thuisbatterij: je weet in elk geval zeker dat de terugleverwaarde na 2027 niet ieder jaar opnieuw verder inzakt, wat de terugverdientijd van een batterij voorspelbaarder maakt dan bij het oude, afgewezen plan het geval zou zijn geweest. Hoe die knip specifiek uitpakt voor een batterij, reken ik voor in dit rekenvoorbeeld met een thuisbatterij, en het bredere besliskader staat in mijn besliskader voor een thuisbatterij.
Wat kun je nu doen?
Reken zelf uit hoeveel je jaarlijks teruglevert en wat dat bij een minimale vergoeding van 50 procent van het kale tarief oplevert, in plaats van te plannen op basis van het oude, verworpen afbouwschema. Lees de volledige uitleg van de knip voor de mechaniek erachter, en check Stroomprijs vandaag om te zien hoe de actuele marktprijs zich ontwikkelt, die immers meebeweegt met je toekomstige terugleververgoeding.
Heb je zelf al een aanbod van je leverancier gezien voor de periode na 2027, of ben je benieuwd hoe dit voor jouw dak uitpakt? Deel het in de Stroomwekker Telegram groep, en zet de gratis Telegram bot aan zodat je meldingen krijgt bij lage en negatieve prijzen.
Let op: De cijfers voor 2028 en 2029 in dit artikel zijn illustratieve scenario's, geen voorspelling. Alleen het wettelijk minimumpercentage (50% tot en met 2030) ligt vast; de daadwerkelijke energieprijs waarover dat percentage wordt berekend, is nu nog niet bekend. Regelgeving na 2030 kan bovendien nog wijzigen.
